Sociale denkpatronen
NLP en het veranderen van onbewust sociaal gedrag.
Utrecht: Servire, 2002. 400 pp. Euro 42,99
Boekbespreking door Dr. H. Cladder
Het is niet de wereld die mensen hun psychische problemen bezorgt, maar hun kijk op die wereld, stelde Alfred Korzypski in de dertiger jaren. Daarom moet psychotherapie zich richten op het veranderen van het wereldbeeld van de cliënt.
In het nieuwe boek ‘Sociale Denkpatronen’ van de sociaal psycholoog Lucas Derks, wordt beschreven hoe de sociale belevingswereld van de cliënt doelgericht kan worden veranderd. De centrale vraag in dit werk is: Hoe beleven mensen zichzelf en anderen vanbinnen, en hoe kan die ervaring therapeutisch worden bijgesteld? Het mooie van dit boek is dat er ook heel wat antwoorden op deze vragen worden aangereikt in de vorm van therapeutische technieken.
Bij zijn analyse van het subjectieve sociale leven van de mens stelt Derks de factor ‘mentale ruimte’ centraal. Mensen geven de sociale werkelijkheid weer in een soort imaginair landschap: een sociaal panorama. Dat landschap is gevuld met de geabstraheerde voorstellingen van mensen, groepen, volken, levenden en doden, geesten en goden. De plaats waar iemand een ander, in de imaginaire ruimte om zich heen, onbewust projecteert, bepaalt de relatie met die persoon. Ook andere therapeuten (Satir, Bandler, Andreas)en cognitieve linguïsten (Fauconnier) was deze relatie opgevallen. Ook zij wezen op het verband tussen de plek waar we ons iemand voorstellen en het type relatie dat we met die persoon ervaren. Echter door het onbewuste karakter van deze sociale imaginatie -we maken al die beelden automatisch en bijna zonder aandacht- kon de systematiek ervan pas na jaren experimenteren onthuld worden. In honderden therapiesessies en workshops werden de sociale denkpatronen ontrafeld. Hypotherapeutische methoden, zoals deze onder andere in Ericksoniaanse hypnotherapie en Neuro Linguïstisch programmeren toegepast worden, bleken het middel bij uitstek om de onbewuste sociale wereld te exploreren. In lichte trance en met naar binnen gerichte aandacht, kan een cliënt exact aangeven‘waar’deze zijn moeder, geliefde, baas of overleden partner beleeft, bijvoorbeeld, ‘Ik zie Oma ongeveer vier meter links boven en ze kijkt net langs me heen’. Wanneer de relatie met deze Oma problematisch is -ze spookt bijvoorbeeld- zoekt de therapeut met de cliënt samen naar een betere plek. Misschien moet Oma wel wat verderweg of aan de andere kant of wat lager? Om sociale voorstellingen te wijzigen, kunnen diverse methoden gebruikt worden. De technieken die Derks gebruikt bouwen voort op ontwikkelingen in Neurolinguïstisch Programmeren (NLP).
Hoewel veel mensen NLP alleen kennen via oppervlakkige en soms karikaturale presentaties in de media, bestaat er ook in Nederland een grote groep serieuze beoefenaren met een academische achtergrond. Voor hen is NLP in de eerste plaats, ‘de studie van de structuur van de subjectieve ervaring en de toepassing daarvan’. NLP is voor hen toegepaste psychologie met extra aandacht voor de innerlijke beleving en met een pragmatische achtergrondfilosofie.Deze sinds eind jaren zeventig ontwikkelde methodiek (modelleren genaamd) toont zich een zeer bruikbaar instrument in de handen van psychotherapeuten. Maar daarvoor moeten deze zich wel over het gebrek aan een wetenschappelijk imago van NLP heen zetten. NLP, en ook het werk van Derks, is alleen in de praktijk en niet in gecontroleerd onderzoek getoetst.
In NLP is het belang van de plaats ‘waar’gedachten in de innerlijke ruimte geprojecteerd worden- geen nieuw idee. Ruim tien jaar geleden ontdekte Bandler, dat mensen verschillende cognities ruimtelijk ordenen. Met name het onderscheid tussen heden, verleden en toekomst maken ze door dingen voor, naast, achter en in zich te plaatsen. Men spreekt daarbij over ‘tijdlijnen’. Om effectief met de tijd om te kunnen gaan moet iemand een tijdlijn creëren die voldoende overzicht, urgentie en toekomstperspectief biedt. Chaotische planners missen meestal dit overzicht, te laat komers en uitstellers missen urgentie en depressieven ontbreekt het meestal aan voldoende toekomstvisie. Maar ook bij het organiseren van waardenhiërarchieën en overtuigingsystemen speelt de innerlijke ruimte een essentiële rol. Bijvoorbeeld, een overtuiging waarvan men zeker is -iets dat als een paal boven water staat- wordt vaak midden, voor, en groot gevisualiseerd. Op deze centrale plaats komen de beelden die met twijfel samenhangen zelden voor. Via directe suggestie kunnen mensen beelden van de ene plek naar de andere verschuiven, waardoor de emotionele betekenis hiervan meestal meteen verandert. Inzicht in de factor ‘mentale ruimte’ geeft een therapeut toegang tot een aantal snelle therapeutische interventies. De ontdekking dat de sociale emotie ‘schaamte’ meestal samengaat met een voorstelling van omstanders die vanaf hoge posities op de zich schamende neerkijken, leverde al meer dan tien jaar geleden een speciale ruimtelijke aanpak van schaamte op. Wanneer de cliënt de starende anderen omlaag haalde en weg liet kijken gaf dit onmiddellijk een ander gevoel. Om dit vast te kunnen houden waren vaak nog andere cognitieve interventies nodig. Een soortgelijke methode werd ontwikkeld voor schuld en agressief gedrag.
Niemand heeft tot op heden de ruimtelijke aspecten van de sociale ervaring zo volledig uitgewerkt als Derks in zijn ‘Sociaal Panorama’ model. In het boek ‘Sociale Denkpatronen’ worden achtereenvolgens verschillende gebieden van het sociale leven behandeld.
Hoofdstuk 1, gaat over de bouwstenen van de sociale wereld. Hierin presenteert Derks de cognitieve sociale constructen die hij ‘personificaties’ noemt. Het vertrekpunt is hier dat het besef dat ik me op een andere plaats bevind dan de rest van alles wat bestaat, een noodzakelijke sociale oerervaring moet zijn. De linguïsten Lakoff en Johnson (1999) vatten dat zelfs samen in: ‘zijn = locatie’. Iets wat bestaat bevindt zich op een plek, anders bestaat het subjectief gesproken niet. En als ikzelf besta, neem ik ook een bepaalde locatie in. En als anderen bestaan doen ze dat ook. Deze uitgangspositie vormt de basis waaruit een kind leert om mensen in zijn mentale ruimte te plaatsen.
In hoofdstuk 2 wordt het sociale panoramamodel beschreven. Er worden gegevens gepresenteerd over de specifieke patronen waarmee mensen hun gezinsleden en andere mensen weergeven als objecten in de ruimte. De plaatsing van deze objecten ten opzichte van het zelf bepaalt de sociaal-emotionele betekenis van de relatie.
Hoofdstuk 3 gaat over het zelfbesef. Het zelfbesef is het centrum van iemands sociale landschap. In dit hoofdstuk komen met name de gevoelmatige en visuele patronen in het zelfbesef aan bod. Tevens worden een aantal technieken om daar verandering in te brengen beschreven: zelfbewustzijn versterken, negatieve zelfbeelden verbeteren en steun bij anderen vinden. Erg aardig is ook techniek 16 voor de behandeling van MPD patiënten door het toevoegen van vermogens vooraf aan het afsplitsingsmoment van alters. ‘Wat had je toen moeten kunnen om de eenheid in jezelf te kunnen behouden, wanneer in je leven had je dat vermogen wel, hoe wordt het als je dat mee terugneemt zodat je het daar dan al hebt?’
Hoofdstuk 4 gaat over de mentale constructie van macht. Het bouwt voort op de stelling dat de representatie de interactie domineert: de voorstelling die je van iemand hebt bepaalt je gedrag tegenover die persoon. Autoriteitsproblemen ontstaan als een te dominant beeld van een ander zulke sterke gevoelens oproept dat daardoor het zelfbesef overspoeld wordt. Ook in dit hoofdstuk maakt Derks in zijn technieken vooral gebruik van het verplaatsen van personificaties naar andere locaties, en van het verrijken van personificaties met vermogens. Hij meent dat dit de meest efficiënte manieren zijn om sociale voorstellingen te veranderen.
Hoofdstuk 5 gaat over relaties met groepen, en geeft praktische richtlijnen om spanningen tussen groepen te verminderen en om sociale attitudes te veranderen.
In hoofdstuk 6 wordt beschreven hoe het exploreren en veranderen van familiepanorama’s in zijn werk gaat. Er wordt een prototypische gevalsbeschrijving gegeven en een standaardvolgorde van familiepanorama-technieken. Voor psychotherapeuten is dit een van de boeiendste hoofdstukken. Aan het eind van dit hoofdstuk wordt ook de opstellingenmethode van Hellinger kritisch besproken.
In hoofdstuk 7 met de titel ‘het spirituele panorama’, toont Derks zich een echte volgeling van William James. Belangrijk is voor hem niet waarheid of juistheid, maar de praktische voor- en nadelen van religieuze overtuigingen. De Genesis tekst wordt omgekeerd: de mens schiep God naar zijn gelijkenis. Rouwverwerking geschiedt door de problematische overledene in het sociale panorama te verplaatsen naar de vredige locatie van andere overledenen waar geen problematische rouwgevoelens meer voor bestaan.
Hoofdstuk 8 tenslotte, bespreekt de toepassing in training, en teambuilding met behulp van het sociale panorama.
Na de inhoudsopgave volgt een lijst van de 59 technieken die door het boek heen gepresenteerd worden.
Vreemd genoeg blijkt Derks soms andere interventies te plegen waar hij ook via zijn favoriete ‘plaats in de ruimte’had kunnen werken. Techniek 34 voor het veranderen van belemmerende overtuigingen, is een vrij langdradige ingewikkelde praterige procedure met tien stappen. Hij zou consequenter en eenvoudiger de ongewenste overtuiging kunnen verplaatsen van de locatie van geloof naar twijfel naar ongeloof, en de gewenste van de plek van ongeloof via twijfel naar geloof. Hij lijkt te vergeten dat de ‘plek’ niet alleen belangrijk is als het om personen gaat of om tijdstippen maar ook als het om overtuigingen gaat.
NLP tenslotte is ontstaan door het goed in kaart brengen van de werkwijze van drie geniale psychotherapeuten: de Gestalttherapeut Frits Perls, de hypnotherapeut Milton Erickson, en de gezinstherapeute Virginia Satir, die zelf niet zo goed konden uitleggen wat ze nou eigenlijk precies deden. En nog steeds is dit modelleren en overdraagbaar maken het sterkste punt van NLP, zie het recente boek van Hollander over de ‘provocative therapy’van Farrelly ‘Provocatief coachen’.
Daarnaast zijn vanuit de NLP zelf veel therapeutische technieken en interventies bedacht, die ook door (cognitieve) gedragstherapeuten met succes kunnen worden toegepast. Derks heeft als eerste de sociale psychologie vanuit een dergelijke pragmatische invalshoek beschreven.
DR J.M.CLADDER is Gz-psycholoog en psychotherapeut in eigen praktijk in Bilthoven, auteur bij Swets, en docent bij het PAO.